Loonkostenvoordelen
Loonkostenvoordelen, algemene uitleg
Met ingang van 1 januari 2018 is de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) van kracht. In deze wet zijn drie nieuwe tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers geïntroduceerd om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. Deze drie soorten tegemoetkomingen voor werkgevers zijn:
1. Lage-inkomensvoordeel (LIV);
2. Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (ook wel jeugd-LIV genoemd);
3. Loonkostenvoordeel (LKV).
Deze handleiding gaat over deze derde tegemoetkoming.
Hoeveel loonkostenvoordeel u krijgt, hangt er vanaf: hoeveel verloonde uren heeft de werknemer en om welk loonkostenvoordeel gaat het:
Voorwaarden algemeen:
Om voor een van deze tegemoetkomingen in aanmerking te komen zijn voor alle groepen een aantal voorwaarden van toepassing:
· Voor de loonkostenvoordelen is een doelgroepverklaring LKV vereist. Sinds 2026 is dit geen vereiste meer voor het LKV Doelgroep banenafspraak.
· De werknemer is verzekerd voor één of meer van de werknemersverzekeringen.
· De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
Per loonkostenvoordeel zijn nog aanvullende voorwaarden van toepassing. Onderstaand worden de vier loonkostenvoordelen en de voorwaarden kort nader behandeld.

