Bijlagen

Bijlage B: Voorbeeld loonstrook 2017

Sinds 2013: uniformering loonbegrip
De loonstrook ziet er sinds 2013 anders en simpeler uit. Dat komt door de uniformering van het loonbegrip:
• Eén grondslag voor de werknemersverzekeringen, de premie Zorgverzekeringswet (Zvw)
  en de loonheffing.
• Hierdoor verdwijnen de termen loon sociale verzekeringen, loon Zorgverzekeringswet en
  fiscaal loon van de strook.
• In plaats daarvan is er sinds 2013 één nieuwe term: het heffingsloon.
• De werkgever betaalt sinds 2013 de ZVW-premie. Daardoor is deze weg op de loonstrook
  van de werknemer.

Van Arbeidskorting tot Zorgverzekering
Onderstaand een uitleg van de diverse zaken die op een loonstrook anno 2017 kunnen staan.
a) Het loonheffingennummer van de werkgever, zoals bekend bij de Belastingdienst.
b) Standaard aantal uren dat voltijd bij de werkgever geldt. Minimaal 36, maximaal 40.
c) Het bruto loon.
d) Incidentele beloning (bijzondere beloning), die afwijkend wordt belast. Hier een bonus.
    Geldt ook voor vakantiegeld en overwerk.
e) Totaal van alle inhoudingen op het loon: loonheffing en werknemersverzekeringen.
f)  Loonheffing. Berekend over het heffingsloon (p). Korting mag slechts bij één werkgever
    worden toegepast.
g) Loonheffing bijzonder tarief over de incidentele (= bijzondere) beloning bonus (d)
h) Diverse sectoreigenpremies. Niet landelijk verplicht. Berekend over het brutoloon, of het
    heffingsloon.
i)  W.G.A. Deze premie is landelijk verplicht. De hoogte verschilt per werkgever.
    Werknemer en werkgever betalen beiden de helft. Het deel werknemer wordt ingehouden
    op het netto loon.

    NB Tot en met 2016 was de W.G.A.-premie nog opgesplitst in W.G.A.-vast- en W.G.A.-
    flex. Per 2017 niet meer.

j)  Reiskosten vormen een netto bijtelling (onbelast). Tot maximaal € 0,19 per kilometer.
k) Representatiekosten. Voorbeeld van een netto bijtelling (onbelast).
l)  Het resulterende netto loon.

m) 260 Loondagen per jaar è 21,67 per maand.
n)  Loonuren = loondagen per maand x/x loonuren per dag. Op deze strook: 21,67 x/x 7,6 =
     164,67 loonuren.

o) Arbeidskorting op de te betalen loonheffing. Mag slechts bij één werkgever worden
    toegepast.

p) Heffingsloon. Basis voor de werknemersverzekeringen en de loonheffing. Komt als volgt
    tot stand:

     Bruto loon
      -/- pensioenpremies werknemer
      -/- W.I.A.-verzekeringen
      -/- inleg levensloopregeling
     +/+   loon in natura (bijvoorbeeld kantinemaaltijden)
     +/+   auto van de zaak

q) Heffingsloon bijzonder tarief. Basis voor de loonheffing over de incidentele (= bijzondere)
    beloning bonus (d).
r)  Percentage loonheffing. Varieert van 0% bij lage inkomens tot 52% bij hoge inkomens.
s) Vorig fiscaal loonjaar bepaalt % loonheffing over bijzondere beloningen (bonus,
    vakantiegeld, overwerk e.d.)

t) Sector. Hiervan zijn er in Nederland zo'n 200. De sector bepaalt - via de cao - onder
    andere de premies pensioen, W.I.A.-verzekering, Sociaal fonds, et cetera. Dus alle
    premies buiten de landelijk verplichte premies.
u) Burgerservicenummer (BSN). Tot het jaar 2008 Sociaal-Fiscaal-nummer (SoFi-nummer)
    genoemd.
v) Minimumloon. Verplicht op de loonstrook. Bedragen wettelijk bepaald. Gelden meestal
    voor een half jaar.
w) Standaard aantal uren per week voor deze werknemer. In ons voorbeeld dus een voltijder
     (vergelijk b).

x) Loonheffingstabel. Vrijwel altijd wit. Alleen groen bij loon uit vroegere dienstbetrekking.
y) Korting op de loonheffing, met of zonder? Korting mag slechts bij één werkgever worden
    toegepast.

z) Cumuatieven. De totalen van de bedragen tot nu toe in dit jaar.