Waarom wijkt het reserveringsbedrag bij eerste verloning af?

Voorbeeld afwijkende kosten reservering door cumulatief rekenen

• Werknemer verdient per maand € 2.000 bruto.
• Vakantiegeldreservering aandeel werknemer bedraagt op 1 januari € 8.000. Dit relatief hoge bedrag wordt verklaard door een grote bonus met vakantiegeldreservering, aan het einde van het voorgaande jaar.
• Stel, de maximum premiegrondslag bedraagt € 4.500 per maand.
• Van die € 4.500 per maand wordt in de januari-verloning reeds € 2.000 opgesoupeerd.
• De grondslag voor de kosten werkgever van de vakantiegeldreservering zijn in januari dan ook slechts € 2.500 (€ 4.500 -/- 2.000).
• Zoals gezegd: reserveringen in Loon zijn gebaseerd op de daadwerkelijke kosten. Bij iedere verloning wordt dus namelijk gekeken naar wat de kosten zouden zijn als er 'nu' wordt uitbetaald.
• Dus als in januari de vakantiegeldreservering zou worden uitbetaald dan zijn de kosten werkgever daarvan lager dan u zou verwachten.

• Bij de februari-verloning is de vakantiegeldreservering inmiddels gestegen naar € 9.000
• Het bruto februari-loon is wederom € 2.000. Dus de cumulatieve grondslag voor de premies is nu voor de brutolonen € 4.000 (€ 2.000 + € 2.000).
• De cumulatieve maximum premiegrondslag bedraagt eind februari € 9.000 (2 x € 4.500).
• De grondslag voor de kosten van de vakantiegeldreservering zijn dan ook 'slechts' € 5.000 in februari (€ 9.000 -/- 4.000).
• Dus als in februari de vakantiegeldreservering zou worden uitbetaald dan zijn de kosten werkgever daarvan nog steeds lager dan u wellicht zou verwachten.

• Dit cumulatieve effect zorgt er ook in de maart- en aprilverloning nog steeds voor dat de kosten werkgever bij de vakantiegeldreservering lager uitpakken.

• Pas bij de vakantiegeldbetaling in mei kan bij de uitbetaling van de vakantiegeld-reservering het volledige bedrag aan premies bij de kosten werkgever worden berekend.
• Bij de mei-verloning is de vakantiegeldreservering inmiddels gestegen naar € 12.000
• Het bruto mei-loon is wederom € 2.000. Dus de cumulatieve grondslag voor de premies is nu voor de brutolonen € 10.000 (5 x € 2.000).
• De cumulatieve maximum premiegrondslag bedraagt eind mei € 22.500 (5 x € 4.500).
• De € 12.000 vakantiegeldreservering plus de brutolonen van € 10.000 vormen tezamen € 22.000 als basis voor de cumulatieve premieberekening (kosten werkgever).
• De beschikbare cumulatieve ruimte daarvoor bedraagt in de maand mei € 22.500. Dus een hoger bedrag dan die € 22.000.
• In mei zullen dan ook de volledige premiebedragen worden berekend voor de kosten werkgever.