Levensloopregeling vanaf 2013. Opnemen of doorsparen?

Doorsparen voor levensloop in 2013 en daarna

In het vervolg in deze uitleg over de levensloop, gaan we ervan uit dat de werknemer in 2013 mee mag (en wil) blijven doen aan de levensloopregeling . Hij spaart dus verder!


In het kort:
• De levensloopdata staan op het tabblad 'Loon', 'Sparen' bij de vaste werknemergegevens.
• De werknemer mag jaarlijks maximaal 12% van diens brutoloon sparen.
• Werknemers die op 31 december 2005 51 jaar of ouder waren, maar nog geen 56 jaar, mogen jaarlijks meer dan 12% van het brutoloon sparen.
• Levensloopsparen mag tot maximaal 210% van het bruto jaarloon.
• De werkgever mag ook bijdragen aan het levensloopsparen. Via het tabblad 'Premies' bij
  de vaste werkgevergegevens.
• Heeft de werknemer al gespaard vóórdat u met Loon ging werken? Vul dat dan in op diens
  tabblad 'Sparen'.
• Als de werknemer met levensloopverlof gaat:
  - Vult u het opnamebedrag per periode in op het tabblad 'Sparen' bij de werknemer.
  - Op hetzelfde tabblad zet u het percentage levensloopregeling op nul.
  - Verder niets wijzigen. Dus géén loondagen, loonuren of standaardloon aanpassen.



Tabblad 'Sparen'
Op het tabblad 'Sparen' bij de vaste werknemersgegevens kunt u (alsnog) de levensloop-data invullen:


Afbeelding: Werknemersgegevens, Loon, Sparen

Een werknemer kan kiezen of hij de levensloopregeling als percentage van het brutoloon wil opbouwen, of via een vast bedrag. Bovendien is er de keuze of hij ook bij bijzondere beloningen (vakantiegeld, overwerk) de levensloopopbouw wil toepassen. Het hangt er maar net vanaf hoe snel de werknemer de levenslooptegoeden wil opbouwen, en hoeveel hij van zijn loon kan 'missen'.